Een column: Een slechte dag voor zelfmoord

Een slechte dag voor zelfmoord

Ik was onderweg zonder verlichting

Die had ik uit gedaan omdat mijn accu geen prik meer kreeg en de ontsteking alle vonkensap nodig had. De motor begon te petsen. Ik rolde uit en duwde het ding naar de parking aan de waterkant. Daar stond een auto met zijn lichten aan en het linker portier open. De chauffeur liep met een ‘slepende tred’ naar het water toe.

Het is onhandig rennen in een complete motoroutfit

Ik haalde de man in terwijl hij tot aan zijn kuiten in het water stond. Mijn motorlaarzen liepen vol. Ik pakte de wandelaar bij zijn schouder en riep: “Dat moet je niet doen waar ik bij ben! Dat maakt me nerveus!. En aan de hemelpoort sta je voor lul in zo’n plas water!”

De man keek me leeg aan. Zijn ogen waren wanhoopsgaatjes in zijn hoofd. “Hoor eens, ik ben motorrijder en ik ga dagelijks bijna dood. Geloof me, daar is geen donder aan”.

Ik heb er niet voor geleerd, maar mensen ontregelen is gewoon een gave

In het water nam het gesprek een vrij surrealistische vorm aan. Denk: ‘Monty Python meets Dr. Phil’  “Laten we in je auto verder praten. Misschien vindt ik je dan wel zo sneu dat ik je verzuip.”

Mijn gesprekspartner werd langzaam mondiger en was intussen zo gegrepen door onze bizarre communicatie dat hij mee het water uit kwam.

In de auto kwam het tot zo’n gesprek waar ze ons tegenwoordig op tv mee doodgooien. Allemaal emotie, wanhoop, losse einden. Toen keek mijn vangst me opeens strak aan: “Maar je zit in mijn auto een sigaar te roken! In deze auto is nog nooit gerookt!” Ik ging hem direct minder aardig vinden want ik koester mijn slechte gewoontes. “Nou als het je niet bevalt, daar is de rivier”.

De man kreeg een waanzinnige lachbui waar hij bijna in bleef.

“Kijk, bij de hemelpoort krijg je extra airmiles wanneer je je dood hebt gelachen. Al met al zit jij met natte schoenen en ik met een kapotte motor. Als ik jou nou eerst naar huis breng, dan kan jij mij naar het station brengen” Mijn gesprekspartner snikte nog wat na van het lachen, maar had in de tussentijd blijkbaar besloten in blessuretijd verder te spelen.

Eind goed, al goed

We reden naar zijn huis. Daar waren een nogal wanhopige dame plus een paar sussende figuren. Er kwam wat rust in de zaak. Iemand bracht me niet alleen naar het station, maar zelfs naar huis. Ik meldde mijn Lief dat ik even een aanhanger moest scoren om mijn dooie motor op te halen. Dezelfde avond bleken mijn problemen te komen door een gebroken alternator kabel. Over de problemen van de aspirant zwemmer dacht ik maar niet meer na. Als motorrijder heb je immers al genoeg aan je hoofd.

Het werd tijd voor een glas whisky en een sigaar.
Het werd bedtijd.

De volgende dag eindigde droog, met een regenboog.

Uit ‘Mannen, motoren en (wat) meisjes’ , een pocket vol verzamelde columns. https://www.bol.com